Reactie op punten van ongenoegen
Beste leden van PBG en bewoners van Grou,
Velen van jullie zal niet zijn ontgaan dat er de afgelopen periode een vervelende situatie is ontstaan binnen onze vereniging.
Wij hebben hier de afgelopen maanden in verschillende vormen aandacht aan besteed, onder meer via nieuwsbrieven, een persbericht en berichten op onze website. Ondanks de druk die in die periode op het bestuur werd uitgeoefend en door individuele bestuursleden en anderen werd ervaren, hebben wij ervoor gekozen voornamelijk in algemene termen te communiceren. Daarbij hebben wij ons beperkt tot het proces en, waar nodig, tot delen van de inhoud.
Wij hebben hiervoor gekozen omdat wij van mening zijn dat een bestuur zich zorgvuldig dient uit te spreken.
Naar aanleiding van de bijeenkomst van 20 mei jl., georganiseerd door een aantal leden en niet-leden van PBG (hierna: de groep-Bouma), het daarvan opgestelde verslag en de reacties van aanwezigen, zijn wij echter van mening dat een moment is bereikt waarop wij onze terughoudendheid nader moeten toelichten.
Wij vinden het daarom belangrijk om onze visie op de gebeurtenissen met u te delen.
Daarbij blikken wij terug op de ontwikkelingen die hebben geleid tot de huidige situatie, geven wij inzicht in onze overwegingen en schetsen wij onze visie op de toekomst.
ALV PBG 2026
Hieronder volgt in hoofdlijnen hetgeen het bestuur hierover eerder gedeeltelijk heeft gecommuniceerd.
De door het bestuur georganiseerde Algemene Ledenvergadering stond oorspronkelijk gepland op 14 april en is om logistieke redenen verplaatst naar 22 april.
Op verzoek van de groep-Bouma zijn twee punten van ongenoegen als afzonderlijke agendapunten opgenomen. Daarmee werd door het bestuur aan dit verzoek voldaan.
De reden om de vergadering vervolgens opnieuw uit te stellen was dat het bestuur van oordeel was dat de omstandigheden op dat moment onvoldoende waarborgen boden voor een ordelijk en constructief verloop van de vergadering. In de aanloop naar de vergadering hebben verschillende betrokkenen uitingen en gedragingen ervaren die als ongewenst en belastend werden beschouwd. Voor één van de bestuursleden was de ontstane situatie zelfs aanleiding zijn functie neer te leggen.
Wij hebben het besluit tot uitstel niet lichtvaardig genomen. Wij waren ons ervan bewust dat leden recht hebben op verantwoording over het afgelopen boekjaar en op beantwoording van de ingebrachte punten van ongenoegen. Gezien de omstandigheden en de ontstane sfeer waren wij echter van oordeel dat een zorgvuldige en ordelijke behandeling van deze onderwerpen op dat moment onvoldoende kon worden gegarandeerd.
Het Burgerlijk Wetboek (Boek 2) biedt een bestuur van een vereniging o.a. de mogelijkheid een Algemene Ledenvergadering uit te stellen indien daarvoor gegronde redenen bestaan. Dit betekent uiteraard niet dat een ALV onbeperkt kan worden uitgesteld, maar wel voor een periode die hiervoor redelijkerwijs noodzakelijk wordt geacht.
De groep-Bouma kon zich hierin niet vinden en heeft vervolgens aangekondigd zelf een “ALV” te organiseren.
Volgens de statuten gelden hiervoor specifieke voorwaarden. Zo dient een dergelijk verzoek door ten minste tien leden te worden ondersteund. In twee eerdere correspondenties met het bestuur werd een lijst met twintig handtekeningen meegestuurd. Van deze twintig ondertekenaars bleken er negen geen lid van PBG te zijn. Een aantal van hen heeft zich pas na ondertekening als lid aangemeld. Uiteindelijk bleven er elf geldige handtekeningen over, waarmee ogenschijnlijk aan deze voorwaarde werd voldaan.
De vraag is echter of daarmee aan alle voorwaarden voor het bijeenroepen van een rechtsgeldige Algemene Ledenvergadering was voldaan. Naar de opvatting van het bestuur is dat niet het geval.
Bij de formele oproeping aan bestuur en leden werd een “verse” lijst met (minimaal 10) ondersteunende handtekeningen namelijk niet meegestuurd. De oproeping bestond uit een e-mail van de heer Bouma zelf, waarin hij opriep tot een ALV. Daardoor kon naar het oordeel van het bestuur niet worden vastgesteld dat ook op het moment van de oproeping nog werd voldaan aan de wettelijke en statutaire vereisten voor het bijeenroepen van een ledenvergadering.
Het bestuur heeft hierover tijdig zijn bezwaren kenbaar gemaakt en aangegeven dat het de “bijeenkomst” om die reden niet als een rechtsgeldige Algemene Ledenvergadering beschouwde.
20 mei De “bijeenkomst”
Ook rondom de organisatie en uitvoering van de bijeenkomst ontstonden naar het oordeel van het bestuur vragen over de gevolgde procedure. Wij noemen hierbij enkele voorbeelden:
- Voor de bijeenkomst werd een ruimte gehuurd bij Hotel Oostergo door een persoon die geen lid is van PBG omdat deze buiten Grou woonachtig is. Daarbij werd aangegeven dat de factuur aan PBG kon worden gestuurd. Het bestuur heeft hierover tijdig contact opgenomen met het hotel.
- De bijeenkomst stond open voor iedereen, waaronder ook niet-leden. Voor een gewone bijeenkomst is dat geen probleem. Voor een Algemene Ledenvergadering gelden doorgaans andere uitgangspunten.
- Er was geen ledenlijst aanwezig waarmee kon worden gecontroleerd of aanwezigen daadwerkelijk lid waren van PBG.
- Bij binnenkomst konden niet-leden zich aanmelden als lid van PBG. Volgens de statuten geschiedt aanmelding bij het bestuur en beslist het bestuur over toelating van nieuwe leden.
- Tijdens de bijeenkomst werden vragen gesteld over de rechtmatigheid van de vergadering. Daarop werd geantwoord dat een notaris zou hebben aangegeven dat hierover geen twijfel bestond. Het bestuur verzoekt de heer Bouma een schriftelijke verklaring te overleggen waaruit dit standpunt blijkt.
- Omdat het bestuur – zoals vooraf aangekondigd – niet aanwezig was, kon de voorgestelde agenda niet volledig worden behandeld. Daardoor week het verloop van de bijeenkomst op onderdelen af van de aangekondigde agenda.
- Tijdens de bijeenkomst werd verwezen naar een eerdere uitspraak van deze voorzitter dat hij “het anders zou doen”. Hierna werd de suggestie gewekt dat de huidige ontstane onrust hierdoor is ontstaan. De uitspraak die is gedaan klopt, maar deze verdient nadere toelichting. In de oorspronkelijke conceptplannen voor de oprichting van de DKG was voorzien dat het bestuur zou bestaan uit afgevaardigden van de belangrijkste verenigingen binnen het dorp. Toen later bleek dat het interim-bestuur als definitief bestuur zou worden benoemd en daarmee van deze opzet werd afgeweken, heeft de voorzitter namens het bestuur voorgesteld een voorzittersoverleg in te stellen. Daarmee zou de samenwerking tussen de verschillende verenigingen alsnog structureel vorm kunnen krijgen. Het voorzittersoverleg is vervolgens een aantal weken nadien ingevoerd. Dat is dus hetgeen destijds bedoeld werd met de opmerking dat het “anders” zou moeten worden georganiseerd.
- De punten van ongenoegen (moties) werden ter plaatse toegelicht, de aanwezigen hadden voorafgaand aan de bijeenkomst geen uitwerking en toelichting hierop ontvangen. Hierdoor was het voor aanwezigen niet mogelijk op één of meerdere punten te amenderen.
- De stemming was onreglementair en sturend. Uitgebrachte stemmen (zowel voor als tegen) werden niet geteld en de onthoudingen van stemmen werden eveneens niet geregistreerd.
- Wij vernamen nadien dat de kosten van Oostergo ten laste zouden komen van PBG.
- Ook de facturen van diverse advertenties in de media en “het Middelpunt” werden aan ons verzonden
- De factuur met betrekking tot het ingewonnen advies van een notaris zal ons spoedig bereiken.
- Daarnaast hebben wij vernomen dat de groep-Bouma alvast een advocatenkantoor in Leeuwarden in de hand heeft genomen.
Voor sommigen lijken dit wellicht formele of juridische details. Toch zijn juist de regels binnen het verenigingsrecht van groot belang. Zij bieden een kader voor zorgvuldige besluitvorming, transparantie en controle binnen verenigingen. Daarmee beschermen zij zowel de vereniging als haar leden en bestuurders.
Ontneming lidmaatschap
Een aantal leden van PBG heeft zich moedwillig negatief, intimiderend en ondermijnend uitgesproken en gedragen richting een aantal bestuurs- en andere leden van PBG. Daarmee hebben ze het aanzien van de vereniging geschaad.
Het bestuur heeft overwogen om – statutair – op eigen gezag deze leden het lidmaatschap te ontnemen. De wettelijke term is opzegging. Tegen deze maatregel is geen beroep mogelijk en geldt er – bij uitzondering – geen termijn. Het bestuur heeft echter gemeend hier op dit moment van af te moeten zien.
Medio september 2026 zal er door het bestuur een ALV worden georganiseerd
Het bestuur blijft zich inzetten voor een vereniging waarin ruimte is voor verschil van inzicht, maar waarin ook respect, zorgvuldigheid en naleving van de statuten centraal staan.
Wij realiseren ons dat de gebeurtenissen van de afgelopen periode veel vragen en emoties hebben opgeroepen.
Juist daarom vinden wij het belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven op een wijze die recht doet aan de belangen van de vereniging en haar leden.
Wij hopen dat de komende periode voor een aantal leden de ruimte biedt om te reflecteren op de gebeurtenissen en gezamenlijk vooruit te kijken en de belangen van PBG en Grou weer centraal te stellen.
Tot slot
Onderstaand volgen de door het bestuur geformuleerde reacties/ antwoorden op de punten van ongenoegen.
Deze zijn bedoeld om u als leden zelf een standpunt te laten bepalen en zullen onderwerp van gesprek zijn tijdens de ALV, die door het bestuur zelf zal worden georganiseerd.
Leeswijzer:
In de linkerkolom staan de punten opgesomd, zoals benoemd in de brief van de groep-Bouma d.d. 31 maart 2026. Rechts staat de weergave van diezelfde punten, zoals ze in het verslag van de bijeenkomst van 20 mei 2026 zijn verwoord.
Onder beide kolommen vindt u de reactie van het bestuur PBG op het ingebrachte punt.
Punten van ongenoegen
Het bestuur van PBG heeft zich niet gehouden aan de minimale afspraken uit de eigen statuten c.q. het huishoudelijk reglement. |
|
| Punt, zoals verwoord in de brief van de Groep Bouma d.d. 31 maart 2026 | Punt, zoals – volgens het verslag – besproken in de bijeenkomst van de Groep Bouma d.d. 20 mei 2026 |
1. Het op orde hebben van een deugdelijk en actueel ledenbestand
|
De ledenadministratie werd door meerdere aanwezigen als “niet op orde” omschreven. Voorbeelden, die werden genoemd:
· Leden stonden en staan niet correct geregistreerd · Uitnodigingen kwamen niet aan · Leden ontvingen plotseling weer correspondentie, terwijl zij al jarenlang lid waren · Verschillende e-mailadressen waren onbekend of fout verwerkt Dit leidde volgens aanwezigen tot: · Uitsluiting van leden · Onvoldoende betrokkenheid · Gebrek aan democratische legitimiteit |
| Reactie bestuur:
Het bestuur herkent dat de ledenadministratie gedurende langere tijd niet volledig op orde is geweest. Uit onderzoek is gebleken dat de oorsprong van deze problematiek teruggaat tot circa 2017. In die periode werd gewerkt met twee afzonderlijke administraties: één voor leden die hun contributie contant voldeden en één voor leden die via automatische incasso betaalden. Destijds is besloten om de contributie uitsluitend nog via automatische incasso te innen. Leden die contant betaalden zijn hierover meerdere malen geïnformeerd en verzocht hun bankgegevens aan te leveren. Een deel van deze leden heeft hierop niet gereageerd, waardoor zij niet zijn opgenomen in de incassoadministratie. Hierdoor ontstond in de jaren daarna een situatie waarin geen volledig en actueel overzicht meer bestond van alle leden en hun contactgegevens. Deze problematiek is ook door eerdere besturen als zorgpunt benoemd, maar is niet structureel opgelost. Het huidige bestuur besloot deze situatie alsnog grondig aan te pakken. Dat proces vergde omvangrijk vooronderzoek en controle van historische gegevens. Daarbij bleek dat een redelijk aantal personen ervan uitging lid te zijn, terwijl uit de administratie bleek dat gedurende meerdere jaren geen contributie was betaald. In diverse gevallen hebben betrokkenen zich vervolgens opnieuw als lid aangemeld. De ledenadministratie is inmiddels voor ongeveer 95% geactualiseerd. Het bestuur werkt momenteel aan één geïntegreerd systeem voor zowel contributie-inning als communicatie met leden. Hiermee wordt de kans op administratieve fouten verder verkleind en ontstaat een betrouwbaarder overzicht van het actuele ledenbestand. Het bestuur realiseert zich dat onvolkomenheden in de administratie in het verleden voor ongemak en onduidelijkheid hebben gezorgd. Juist daarom is de afgelopen periodes veel tijd en inzet besteed aan het herstellen van deze situatie, zodat de vereniging kan beschikken over een zo volledig, actueel en betrouwbaar mogelijk ledenbestand. Hoewel het bestuur begrip heeft voor de zorgen die hierover waren, betreurt het dat de aandacht in de ontstane discussie hierover vooral uitgaat naar de huidige situatie en onvoldoende naar de aanzienlijke inspanningen die zijn geleverd om een reeds jarenlang bestaande problematiek alsnog op te lossen en toekomstbestendig te maken.
|
|
2. Het jaarlijks leveren van een gedegen financiële verantwoording die voldoende inzicht biedt |
Financiële zorgen en gebrek aan transparantie
Het volgende onderdeel van de vergadering stond in het teken van financiële transparantie.
Onderwerpen, die aan bod kwamen: · Begrotingen · Meerjarenraming · Communicatiekosten · Websitekosten · Organisatiekosten · Gemeentelijke subsidies, dorpsbudget · Uitgaven zonder duidelijke toelichting · Opvallend hoger bestedingspatroon dan van PB van een willekeurig dorp van vergelijkbare omvang, Stiens Er werden vragen gesteld over: · Opvallend hoge communicatiekosten · Website uitgaven · Het ontbreken van duidelijke financiële onderbouwingen · Het ontbreken van de actuele begroting · De wijze waarop de kascommissie heeft kunnen controleren tegen deze achtergrond Volgens aanwezigen ontbrak: · Overzicht · Transparantie · Structurele financiële verantwoording |
| Reactie Bestuur:
Het bestuur neemt de tijdens de bijeenkomst geuite vragen over de financiële verantwoording serieus. Transparantie en zorgvuldig beheer van publieke middelen zijn voor ons vanzelfsprekend. Waar financiële informatie als onvoldoende duidelijk is ervaren, zullen wij bezien hoe rapportages en toelichtingen verder kunnen worden verbeterd. Tegelijkertijd merken wij op dat een aanzienlijk deel van de genoemde uitgaven betrekking heeft op de organisatie van PBG zelf. Hieronder vallen onder meer huisvesting, communicatie, websitebeheer, vrijwilligersvergoedingen en overige kosten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de vereniging en de uitvoering van haar taken. Het bestuur beschikt op grond van de geldende regelingen over een eigen bevoegdheid om gemeentelijke subsidies en middelen ten behoeve van het dorp in te zetten. Deze zijn conform de regels van de gemeente Leeuwarden zoals volgens bijgaande link is te lezen in het Handboek gebiedsgericht werken. Daarbij geldt geen voorschrift dat deze middelen uitsluitend aan specifieke doeleinden of projecten moeten worden besteed. Het maken van deze afweging behoort tot de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het bestuur. Het bestuur stelt vast dat een meerjarenplanning en een begroting voor het komende jaar nooit onderdeel hebben uitgemaakt van de financiële verantwoording over het afgesloten boekjaar. Tegen die achtergrond zijn opmerkingen over het ontbreken daarvan moeilijk te plaatsen. Eveneens achten we het prematuur om vraagtekens te zetten bij de wijze waarop de kascommissie haar werkzaamheden heeft uitgevoerd, nu deze haar bevindingen nog niet heeft uitgebracht. Des te opmerkelijker vinden wij het dat vanuit de kring rond de groep-Bouma reeds contact is gezocht met leden van de huidige kascommissie, waarbij de suggestie is gewekt dat de financiële administratie niet op orde zou zijn. Het bestuur acht een dergelijke handelswijze onbetamelijk en ondermijnend voor een onafhankelijke en zorgvuldig controle. De kascommissie dient haar werkzaamheden zonder externe beïnvloeding of vooringenomenheid te kunnen verrichten. Voor zover het de feitelijke situatie betreft, is door de kascommissie een kasverschil van 0.40 cent geconstateerd. Het bestuur heeft geen aanwijzingen ontvangen die duiden op onrechtmatigheden of tekortkomingen in het financiële beheer en wacht het definitief verslag van de kascommissie met vertrouwen af.
|
|
| Commissie Dorpsbudget en subsidie Geluksfabriek
Een specifiek financieel onderwerp betrof de subsidieaanvraag van de Geluksfabriek, het ingekomen stuk. Volgens de commissie Dorpsbudget: · was de aanvraag eerder, nl in december 2024 al door de commissie afgewezen · gebeurde dit op basis van vastgestelde criteria en werd dit door de commissie gemotiveerd toegelicht in een bestuursvergadering van PBG · vroeg de aanvrager heroverweging aan en werd de subsidie onlangs, nl voorjaar 2026, alsnog toegekend buiten de commissie om · werd de commissie hierover niet geïnformeerd · moesten de commissieleden dit via een nieuwsbrief van PBG vernemen De commissie gaf aan: · zich gepasseerd te voelen · dat de geloofwaardigheid van de commissie hierdoor is aangetast · dat het vertrouwen in de samenwerking ernstig werd beschadigd Een van de drie aanwezige oud-voorzitters van PBG neemt het woord. In zijn periode werd het dorpsbudget ingesteld door de gemeente Leeuwarden en hij licht toe hoe men destijds heeft besloten een commissie in het leven te roepen. Met de criteria waarlangs aanvragen beoordeeld moeten worden. Hij legt de nadruk er op dat het bestuur in zijn tijd onafhankelijkheid voorop stelde. Een lid commissie dorpsbudget benoemt, dat de eigenaar van de Geluksfabriek na alle commotie het bedrag niet in ontvangst heeft willen nemen. Een ander stelt: vrijwilligers in zo’n commissie verdienen beter. En tot slot staat iemand op, die wijst op mogelijke belangenverstrengeling. |
|
| Reactie bestuur:
Het bestuur heeft kennisgenomen van de zorgen die binnen de commissie Dorpsbudget leven over de behandeling van de subsidieaanvraag van de Geluksfabriek. Wij hechten aan de inzet en deskundigheid van de commissie en zien haar adviezen als een belangrijk onderdeel van een zorgvuldige besluitvorming. De commissie heeft echter een adviserende rol. De eindverantwoordelijkheid voor besluiten over de inzet van middelen ligt bij het bestuur. Daarbij beschikt het bestuur over een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid en discretionaire bevoegdheid om, na afweging van alle relevante belangen, in uitzonderlijke gevallen af te wijken van een uitgebracht advies. Van die bevoegdheid is in dit geval gebruikgemaakt. Aan het einde van het vorige boekjaar is besloten een bedrag van € 5.000 voor dit initiatief te reserveren. Daarbij zijn zowel de eerder geuite bezwaren als de maatschappelijke betekenis van het initiatief zorgvuldig meegewogen. Het bestuur heeft dit besluit genomen vanuit het belang van de doelgroep waarvoor het initiatief was bedoeld: jongeren die extra ondersteuning en kansen kunnen gebruiken. Overigens heeft de aanvrager uiteindelijk besloten af te zien van het toegekende bedrag, mede vanwege de ontstane discussie en commotie omtrent dit onderwerp. Vermeende belangenverstrengeling Tijdens de bijeenkomst zijn suggesties gedaan over mogelijke belangenverstrengeling. Het bestuur wijst deze suggesties nadrukkelijk van de hand. Het besluit is genomen op basis van inhoudelijke en maatschappelijke overwegingen en niet op basis van persoonlijke belangen. Het betrokken bestuurslid heeft zich bovendien, conform de normen van goed bestuur, onthouden van deelname aan de beraadslaging en besluitvorming over dit onderwerp. Het bestuur betreurt dat hierover twijfel is ontstaan. Vrijwilligers die zich inzetten voor het dorp verdienen een zorgvuldige en feitelijke benadering. Het bestuur ziet daarom geen grond voor de geuite insinuaties. Verschillen van inzicht over beleid en besluitvorming zijn legitiem. Het bestuur blijft graag in gesprek met de commissie en de leden van PBG, doch met wederzijds respect voor ieders rol, verantwoordelijkheid en inzet voor het dorp.
|
|
3. Agendavoering op de ALV conform voorschrift in de eigen statuten, zoals roosters van aftreden, actueel verslag van vorige ALV, bestuurswisseling |
Kritiek op naleving van statuten.
Er werd gesproken over het volgens aanwezigen onvoldoende naleven van de statuten en het huishoudelijk reglement. Onder meer werd genoemd: · Ontbrekende verplichte agendapunten bij de eerdere agenda ALV, zoals het verslag 2024 · Het ontbreken van financiële stukken · Het niet bespreken van bestuurswisselingen, lees: het tonen van een rooster van aftreden · Het niet publiceren van begroting 2026 · Het verwijderen van eerder aangekondigde onderwerpen van de agenda Volgens meerdere aanwezigen werd hierdoor: · De democratische controle beperkt · Leden onvoldoende betrokken · De ALV uitgehold |
| Reactie bestuur:
Het bestuur herkent zich niet in de stelling dat de democratische controle zou zijn beperkt of dat de ALV zou zijn uitgehold. Ten aanzien van de genoemde punten merkt het bestuur het volgende op:
Het bestuur blijft zich uiteraard inzetten voor een zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van komende ALV’s, met inachtneming van de statuten en het huishoudelijk reglement.
|
|
4. Noodzakelijke instemming door de ALV inzake gebruik registergoederen, huur van een pand
|
Discussie over kantoorruimte
Een lid bracht naar voren, dat: · Kantoorruimte wordt gehuurd. Uit de zaal komt de opmerking, dat het mogelijk om niet mag worden gebruikt, soms ook door buurtverenigingen · Bij aangaan verplichtingen ten behoeve van registergoederen moet dit volgens de statuten eerst goedgekeurd worden door de ALV · Als er sprake is van huur, heeft hierover geen besluitvorming in een ALV plaatsgevonden Er werden vragen gesteld over: · De noodzaak van de ruimte · Eventuele kosten · Contractuele verplichtingen · De formele besluitvorming |
| Het bestuur constateert dat artikel 13 lid 2 van de statuten bepaalt dat voor het aangaan van overeenkomsten tot huur van registergoederen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering vereist is.
De huur van de kantoorruimte aan de Oedsmawei is reeds besproken tijdens de ALV van 2024 en was tevens zichtbaar opgenomen in de financiële verantwoording waarover de ALV in 2025 heeft besloten. Het bestuur heeft daarbij steeds openheid gegeven over de noodzaak, het gebruik en de kosten van de ruimte. Bij het aangaan van de huurovereenkomst was het uitgangspunt dat de kantoorruimte gezamenlijk zou worden gebruikt door de vereniging en de dorpsmanager. Daarover waren afspraken gemaakt, waardoor de kosten van de huisvesting gedeeltelijk konden worden gedeeld. Dit maakte de huur van de ruimte financieel aantrekkelijk en verantwoord voor de vereniging. Enkele weken nadat deze afspraken waren gemaakt, heeft de betrokken partij echter besloten hiervan af te zien. Het bestuur heeft vervolgens opnieuw een afweging gemaakt en besloten de kantoorruimte aan te houden, gelet op de praktische meerwaarde en de brede inzetbaarheid van de locatie. De kantoorruimte wordt niet uitsluitend gebruikt voor bestuursactiviteiten. De ruimte wordt tevens kosteloos beschikbaar gesteld aan diverse buurtverenigingen, werkgroepen en maatschappelijke initiatieven. Ook hebben onder meer de vergaderingen van Grou Bloeit gedurende twee jaar in deze ruimte plaatsgevonden. De gebruikers waarderen de beschikbaarheid van deze voorziening en ervaren deze als een waardevolle bijdrage aan de ondersteuning van activiteiten binnen het dorp. Ten aanzien van de kosten merkt het bestuur op dat een vergelijking met uitsluitend de huurlasten geen volledig beeld geeft van de feitelijke situatie. Indien voor bestuursvergaderingen, werkgroep bijeenkomsten, overleggen met externe partijen en activiteiten van maatschappelijke organisaties telkens gebruik zou moeten worden gemaakt van gehuurde vergader- of horecaruimten, zouden de daarmee gemoeide kosten naar verwachting een veelvoud bedragen van de huidige huisvestingskosten. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan zaalhuur, maar ook aan bijkomende kosten voor faciliteiten, consumpties, reserveringen en beperkte beschikbaarheid van geschikte ruimten. De kantoorruimte biedt daarentegen een permanent beschikbare, laagdrempelige en flexibel inzetbare locatie, waardoor activiteiten efficiënt kunnen worden georganiseerd zonder telkens aanvullende kosten te maken. Het bestuur is dan ook van oordeel dat de kantoorruimte, mede gezien het intensieve gebruik door zowel de vereniging als andere maatschappelijke initiatieven, een doelmatige en kostenefficiënte voorziening vormt die bijdraagt aan de uitvoering van de doelstellingen van de vereniging. Het bestuur neemt de gemaakte opmerking over de formele besluitvorming serieus. De huurconstructie is destijds aangegaan vanuit het belang van de vereniging en de gemeenschap, waarbij steeds transparantie is betracht richting de leden. Indien de Algemene Ledenvergadering dit wenselijk acht, is het bestuur bereid de benodigde goedkeuring alsnog expliciet aan de leden voor te leggen, zodat iedere onduidelijkheid over de formele status van dit besluit wordt weggenomen. |
|
5. Het onvoldoende respectvol afscheid nemen van actieve (bestuurs-)leden, o.a. van de eerdere verkeerscommissie |
|
| Reactie bestuur
Hoewel dit onderwerp formeel buiten de reikwijdte van de ALV valt, wil het bestuur hier graag een toelichting op geven. Indien hiermee wordt gedoeld op de voormalige voorzitter van PBG, dan merkt het bestuur op dat zij meerdere malen door bestuursleden is uitgenodigd om gezamenlijk afscheid te nemen tijdens een etentje. Ondanks herhaalde uitnodigingen heeft zij hiervan geen gebruikgemaakt en is zij hier later ook niet meer op teruggekomen. De uitnodiging blijft uiteraard van kracht. Ten aanzien van twee voormalige leden van de verkeerscommissie constateert het bestuur dat zij hun lidmaatschap hebben beëindigd met de mededeling dat zij onder leiding van de huidige voorzitter niet langer deel wilden uitmaken van de commissie. Het bestuur acht het daarnaast relevant om te vermelden dat één van deze voormalige commissieleden momenteel, vanuit de DKG, naar tevredenheid samenwerkt met de huidige verkeerscommissie van PBG.
|
|
Het bestuur van PBG heeft naar de buitenwereld geopereerd, los van de achterban. Het gaat hier om zwaarwegende dossiers en samenwerkingen, waarin standpunten zijn ingenomen zonder inspraak, afstemming of interactie met de leden. |
|
| Punt, zoals verwoord in de brief van de Groep Bouma d.d. 31 maart 2026 | Punt, zoals besproken in de bijeenkomst van de Groep Bouma d.d. 20 mei 2026 |
1. Het indienen van het verzoek o.b.v. Wet Openbare Overheid (WOO) naar historie en verslagen inzake het ontstaan van Doarpskoöperaasje Grou zonder de samenwerkingspartners in Grou te raadplegen2. Het optreden in de gemeenteraad inzake vermeende grote veiligheidsissues in het dorp3. Het actief zoeken van media-aandacht hieromtrent, zonder onmiddellijke afstemming met andere partners4. Het optreden in de gemeenteraad inzake de voorgenomen realisatie van een multifunctioneel centrum op 2 locaties in het centrum van het dorp |
Er volgen vragen over het gedane WOO-verzoek door PBG van zomer 2025. Op het optreden in de gemeenteraad over vermeende veiligheidsissues binnen het dorp, over het frequent zoeken van media aandacht zonder vooraf afstemming met leden en/of de samenwerkingspartners. Bijvoorbeeld waar het gaat om het idee van het mfc. Veel aanwezigen spraken zorgen uit over de samenwerking tussen Plaatselijk Belang en:
· De dorpscoöperatie · De businessclub · Vrijwilligersorganisaties en andere samenwerkingspartners in Grou Volgens meerdere aanwezigen: · Wordt te individueel opgetreden · Worden organisaties niet tijdig betrokken · Worden standpunten ingenomen zonder afstemming · Zaait dit optreden verdeeldheid in het dorp
Kritiek op optreden richting media en gemeente Leden uitten forse kritiek op: · Publieke uitingen namens het dorp · Communicatie richting gemeente · Inspraakmomenten · Media optredens · Het indienen van het WOO-verzoek zonder voldoende voorafgaande afstemming Volgens aanwezigen: · Werd hierdoor verdeeldheid gezaaid of versterkt · Ontstond imagoschade voor Grou, waar velen zich nu schamen voor de reputatie van het dorp · Voelden organisaties zich buitenspel gezet Er werd meerdere keren aangegeven dat: · Het bestuur niet namens alle inwoners sprak · Belangrijke standpunten eerst aan leden voorgelegd hadden moeten worden |
| Reactie bestuur:
Het bestuur heeft kennisgenomen van de zorgen die door leden zijn geuit over een aantal dossiers en de wijze waarop PBG daarin heeft opgetreden. Wij vinden het belangrijk om op deze punten een nadere toelichting te geven. 1. Het WOO-verzoek inzake de ontstaansgeschiedenis van de Doarpskoöperaasje Grou Het bestuur heeft in de zomer van 2025 een verzoek op grond van de Wet open overheid (WOO) ingediend. Aanleiding hiervoor was dat het bestuur op meerdere momenten en in verschillende overlegstructuren onvoldoende inzicht kreeg in de totstandkoming van bepaalde besluiten en samenwerkingsafspraken. Ondanks herhaalde verzoeken om verduidelijking bleven voor het bestuur vragen bestaan. De WOO biedt iedere burger en rechtspersoon een wettelijk instrument om overheidsinformatie op te vragen. Het bestuur heeft van dit recht gebruikgemaakt om een beter beeld te krijgen van de achterliggende besluitvorming. Het verzoek was niet gericht tegen individuele organisaties of personen, maar had uitsluitend tot doel om beschikbare informatie te verkrijgen. 2. Inspreken bij de gemeenteraad over veiligheid Het bestuur heeft overeenkomstig zijn statutaire taak aandacht gevraagd voor veiligheidsvraagstukken in en rond Grou. Daarbij zijn drie onderwerpen benoemd:
Op deze dossiers is inmiddels vooruitgang geboekt. Voor de situatie rond het station wordt samengewerkt met betrokken ondernemers en partners. Daarnaast is de verkeerscommissie van PBG in overleg met de gemeente over verbeteringen aan de verkeerssituatie. Ook is op initiatief van PBG een omgevingsoverleg ingericht dat naar tevredenheid functioneert. Het bestuur herkent zich niet in de suggestie dat de genoemde veiligheidsproblemen slechts vermeend zouden zijn. Hoewel de situatie op onderdelen is verbeterd, hebben zich ook nadien nog incidenten voorgedaan. Vanuit zowel haar statutaire verantwoordelijkheid als haar maatschappelijke taak acht het bestuur het noodzakelijk om dergelijke signalen onder de aandacht van de gemeenteraad te brengen. 3. Samenwerking met andere organisaties PBG werkt dagelijks samen met een groot aantal organisaties en vrijwilligersinitiatieven binnen Grou, waaronder de gemeente Leeuwarden, de Business Club Grou, de UVV, de Stifting Grou en diverse andere verenigingen en maatschappelijke partners. Met betrekking tot de Doarpskoöperaasje Grou is de samenwerking momenteel tijdelijk opgeschort. Het bestuur betreurt deze situatie, maar acht het van belang dat samenwerking plaatsvindt op basis van wederzijds vertrouwen, open communicatie en heldere afspraken. Het bestuur herkent zich niet in het beeld dat structureel individueel of zonder overleg wordt opgetreden. Tegelijkertijd erkennen wij dat niet iedere partij altijd dezelfde verwachtingen heeft over de wijze waarop afstemming plaatsvindt. Daarover blijven wij graag met betrokken organisaties in gesprek. 4. Communicatie richting gemeente, media en inwoners Het bestuur heeft op grond van zijn statutaire opdracht de verantwoordelijkheid om belangen van het dorp te behartigen richting gemeente, provincie, media en andere externe partijen. Daarbij moeten soms standpunten worden ingenomen over actuele onderwerpen. Wij begrijpen dat hierover verschillende opvattingen kunnen bestaan. Waar mogelijk streven wij naar afstemming met betrokken organisaties en inwoners. Tegelijkertijd kan niet ieder bestuurlijk standpunt vooraf ter goedkeuring aan alle leden of samenwerkingspartners worden voorgelegd. Het bestuur deelt niet de opvatting dat de ontstane verdeeldheid uitsluitend voortvloeit uit de ingenomen standpunten. Naar onze mening hebben ook de reacties daarop, waaronder persoonlijke en soms grensoverschrijdende benaderingen van bestuurders, bijgedragen aan de ontstane situatie. 5. Rol van bestuur en ledenvergadering Tijdens de discussie is de vraag opgeworpen in hoeverre het bestuur voorafgaande instemming van de leden nodig heeft voor het innemen van standpunten. Binnen een vereniging hebben zowel het bestuur als de algemene ledenvergadering een eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Het bestuur is belast met het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging van de vereniging. De algemene ledenvergadering heeft belangrijke bevoegdheden ten aanzien van de inrichting en het voortbestaan van de vereniging, zoals benoeming en ontslag van bestuurders, statutenwijzigingen, vaststelling van reglementen en goedkeuring van begroting en jaarrekening. Sinds het zogenoemde Forumbank-arrest van de Hoge Raad (1960) wordt algemeen aangenomen dat bestuur en ledenvergadering ieder hun eigen, zelfstandige positie binnen de vereniging hebben. Dat betekent dat het bestuur binnen zijn bevoegdheden besluiten kan nemen en standpunten kan innemen zonder dat daarvoor telkens voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering vereist is. Slot Het bestuur blijft zich inzetten voor de belangen van Grou en haar inwoners. Wij staan uiteraard open voor kritiek, suggesties en verbetering van de onderlinge samenwerking. Tegelijkertijd vragen wij begrip voor de verantwoordelijkheid die het bestuur op grond van zijn statuten en wettelijke positie draagt om, waar nodig, zelfstandig op te treden in het belang van het dorp. |
|

